Bruggen van overgang
Bruggen, ze zijn zo alledaags, zeker in het waterrijke Flevolandse landschap, dat je ze bijna niet meer ziet. En toch zijn ze overal.
Over vaarten, tochten, weteringen, kanalen en oude waterlijnen. Flevoland kan niet zonder bruggen. Dit land is gebouwd op overgangen.
Dat is geen nieuw gegeven. Lang voordat hier polders lagen, waren er al bruggen. Smalle houten constructies, dwars door moerassen en natte gronden. Niet groots of monumentaal, maar functioneel.
Ze maakten doorgang mogelijk, van de ene vaste plek naar de andere, door een gebied dat zelf geen vaste grond was.
Een brug is er om overheen te gaan. Meestal zonder nadenken. Je fietst erover, rijdt erover, loopt erover.
En toch markeert elke brug een overgang. Je verlaat iets, je betreedt iets nieuws, en daartussen is een moment waarop je nergens echt bent. Niet meer hier, nog niet daar.
Dat tussengebied is interessant. Zeker als je zelf in een transformatieproces zit, groot of klein.
Een brug kan dan ineens meer zijn dan beton, staal of hout. Het wordt een spiegel.
Kijk eens naar de bruggen die je kent. Of naar die ene brug die nu meteen in je herinnering opkomt.
Hoe groot is ze? Waar is ze van gemaakt? Is ze breed of smal? Open of gesloten?Voelt ze stevig, of juist kwetsbaar?
En wat zegt dat over het proces waarin jij zit? Over wat je achter je laat, en waar je naartoe gaat?
Hoe voelt het vóór de brug, hoe voelt het óp de brug, en hoe voelt het aan de overkant?
Elke fysieke brug kan een symbolische brug zijn en aan het einde van het jaar wordt die symboliek bijna vanzelf voelbaar. December is een grensmaand.
Het oude jaar draagt nog alles wat was, het nieuwe jaar is nog niet ingevuld. Daartussen ligt een niemandsland, vergelijkbaar met het midden van een brug.
Geen terug, geen vooruit, alleen zijn.
Je kunt die overgang bewust markeren, omdat het kan helpen om te voelen waar je staat, of er iets afgerond mag worden en of iets nieuws om ruimte vraagt.
Dat moment hoeft niet precies op oudejaarsnacht te liggen.
Soms is het juist fijner om er later bij stil te staan, in januari, wanneer de drukte van de feestdagen voorbij is en er meer rust is om werkelijk te voelen.
De beleving van een overgang laat zich niet dwingen door een datum. Wat telt, is de intentie: bewust afscheid nemen van wat geweest is, en aandacht geven aan wat zich wil ontvouwen.
Hieronder vind je een voorbeeld van hoe zo’n overgangsritueel eruit kan zien.
De vorm doet er niet toe. Misschien wil je letterlijk een brug oversteken. Misschien alleen in je verbeelding. Misschien in stilte, misschien bewegend. Het werkt alleen als het bij jou past.
Een eenvoudig brugmoment: sta stil voor de brug. Wat neem je mee uit het oude jaar? Waar neem je afscheid van? Waar ben je dankbaar voor, ook als het niet gemakkelijk was?
Stap dan de brug op. Wees je bewust van dit grensgebied. Je hoeft hier niets op te lossen. Alleen aanwezig te zijn.
Vlak voordat je de brug afstapt, wacht je. Voel het nieuwe dat je instapt, als een richting, een potentieel. En ga.
Flevoland laat zien dat land ontstaat door het dragen van overgangen. Door bruggen te bouwen waar doorgang nodig is.
Misschien kan dat ook voor jou een stille uitnodiging zijn, aan het begin van dit jaar.