Gezonken schepen, verborgen land
1 December 2025
Onder het jonge land van Flevoland liggen de stille getuigen van een verdwenen zee. Eeuwenlang rustten vele gezonken schepen diep onder de klei, verborgen voor het oog, omhuld door stilte en tijd.
Toen het water zich terugtrok en het land droogviel, kwamen sommige van deze schepen aan het licht. Andere bleven nog verborgen, tot zij pas veel later werden ontdekt bij bouwwerkzaamheden, bij het heien voor wijken, wegen en dijken.
Het verleden lag er al die tijd al, wachtend.
De wrakken zijn met zorg opgegraven, onderzocht en daarna opnieuw toevertrouwd aan de aarde, om bewaard te blijven. Ze zijn ingekuild in vochtige klei, de enige grond die hout en ijzer voor toekomstige generaties kan beschermen.
Soms liggen ze als een kleine grafheuvel onder het maaiveld, gemarkeerd door niets meer dan een paal met het silhouet van een schip. Een eenvoudig teken dat laat weten: hier rust iets ouds.
Dat de boot niet zichtbaar is, maar voelbaar, maakt het juist krachtig. Zoals Flevoland zelf ook zoveel draagt wat niet gezien wordt.
Wie hier langsrijdt of wandelt, voelt vaak meer dan hij ziet. Soms, wanneer de wind over de velden strijkt of het licht laag over de akkers valt, lijkt het alsof de zee een moment terugkeert.
Niet letterlijk, maar als een herinnering die zich aandient in het landschap zelf.
Als gezin rijden wij gemiddeld twee keer per jaar langs de velden waar de palen staan. Een rituele tocht, een route van rust en aandacht. We brengen zachtheid en aanwezigheid via gebeden, gezangen en spontane woorden.
Maar altijd begint het met luisteren.
Naar de krachten van de plek, naar wat er woont en waakt, naar het veld zelf. Soms is het antwoord nee, en dan rijden we verder. Soms is het ja, en dan betreden we het land met eerbied.
Er zijn scheepswrakken waar we altijd welkom zijn, zelfs bovenop de heuvel waaronder zij rusten, waar licht en speels contact op prijs wordt gesteld. En er zijn plekken waar we alleen aan de rand mogen blijven.
Afstemmen doen we door in een lichte trance te gaan. Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar het is eenvoudig: een vorm van bewust dagdromen. Een geconcentreerde aandacht waarin de zintuigen openstaan en de geest het gewone loslaat.
Zo werk ik ook tijdens de mystieke wandelingen en in het ritueel rond de echo van godin Nehalennia: vanuit hart en ziel, in verbinding met het landschap.
De plekken waar de schepen rusten dragen meer dan hout en ijzer. Ze dragen herinnering, verlies, angst en hoop. Alles wat ooit tegelijk in storm en stilte werd meegedragen.
Soms voelt de energie van een plek zwaarder. Het land weet nog wat er is gebeurd. Trauma blijft hangen in aarde, net als in mensen.
Wij brengen troost, rust, liefde of een gebed. We staan stil of bewegen zacht, zacht zingend. Soms met een hand op de paal, soms met het gezicht naar de horizon. We geven alleen wat gevraagd wordt.
Door het leed van toen iets te proberen te verzachten, worden ook wij zelf geraakt. In die wederkerigheid herinnert het land ons eraan hoe alles met elkaar verweven is: water, mens en tijd.
In Flevoland zijn op verschillende plekken van deze ingekuilde schepen te vinden. Ze zijn niet zichtbaar, maar wel te herkennen aan een houten paal met de contour van een schip.
Wie zo’n teken tegenkomt, weet: hier rust iets ouds.
Ik nodig je uit om dan vooral te luisteren en te voelen. Het zijn plekken met geschiedenis, en soms ook leed. Kom als gast. Soms zegt een plek weinig, soms draagt zij veel.
Aandacht en respect openen vanzelf wat gehoord mag worden.